Economist: €70 miljoen misgelopen door RSZ‑korting voor voetbal

Arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) verklaart dat het afschaffen van de RSZ‑korting voor professionele sporters de federale regering meer dan €70 miljoen extra kan opleveren, terwijl MR‑politicus Georges‑Louis Bouchez, voorzitter van Francs Borains, fel tegen die afschaffing is. De discussie is opnieuw op de onderhandelingstafel gekomen na vastgelopen begrotingsgesprekken.
Het artikel maakt deel uit van een overzicht van Voetbal, Tennis, Formule en andere sportprogramma's, met een link voor Meer info.
Financiële impact en oorsprong van de RSZ‑korting
Door de vastgelopen gesprekken over de federale begroting is de RSZ‑korting voor professionele sporters weer op de onderhandelingstafel beland. Arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) geeft toelichting Daily.
In het reguliere systeem betaalt een werknemer 13 % van zijn loon aan RSZ‑bijdrage, terwijl de werkgever 25 % van het brutoloon bijdraagt. Professionele sporters betalen ongeveer een derde van die werknemersbijdrage en hun werkgever eveneens een derde, de rest vormt een korting die bij hoge salarissen, vooral in het voetbal, enorme bedragen oplevert.
Baert schat dat het afschaffen van dit fiscale gunstregime de federale regering ruim €70 miljoen extra zou kunnen opleveren. Het regime werd in de jaren zeventig ingevoerd om twee redenen die tegenwoordig minder relevant en steeds meer schandalig zijn.
Argumenten van clubs en alternatieve sectoren
Eerst was de korte carrière van profsporters – meestal tot hun dertigste of vijfendertigste – de reden om hen via korting meer van hun inkomen te laten houden. Baert noemt dat absurd nu de regering iedereen langer laat werken en vraagt zich opnieuw te moeten uitvinden voor een nieuwe baan.
Ten tweede werd de korting gerechtvaardigd door een internationaal aspect: clubs beweren zonder korting minder competitief te zijn ten opzichte van buitenlandse clubs, waardoor ze minder goede spelers kunnen aantrekken en minder goed presteren op internationaal niveau. Baert wijst erop dat voor de meeste clubs de grootste inkomstenbron binnenlands is – supporters, sponsoring en dergelijke – en dat zij dus niet sterk internationaal georiënteerd zijn.
Hij vergelijkt dit met de chemische sector, die wel internationaal moet concurreren, en stelt dat een RSZ‑korting logischer voor die industrie zou zijn dan voor voetbalclubs. Volgens Baert moet korting juist naar de laagstverdienenden gaan, niet naar topvoetballers die al de sterkste schouders vormen.
Het geven van korting aan hen is onfair en economisch onlogisch, aldus Baert. Omdat het systeem jaarlijks ongeveer €70 miljoen misloopt, moeten alle gewone werknemers hoge belastingen blijven betalen om het te kunnen handhaven.
Het is dan ook niet verrassend dat de voetbalwereld tegen de afschaffing van de RSZ‑korting is, met het argument dat ze anders niet competitief kunnen blijven in Europa. Baert erkent dat dit argument logisch is en dat elke sector, vooral de industrie die bijna al haar omzet in het buitenland moet halen, dit kan inroepen.
Hij voegt toe dat hij het leuk vindt om goede voetballers op de velden te zien, maar niet ten koste van een systeem dat de sociale zekerheid op zijn kop zet. De RSZ‑korting is al vaker onderwerp van discussie geweest; of hij dit keer zal verdwijnen in de begrotingsonderhandelingen, blijft onzeker. Baert, zelf een bekende Anderlecht‑supporter, sluit af met een knipoog.