Eenhoorn waarschuwt, teveel focus op geweld, Israël‑debat blijft stil

Robert Eenhoorn, algemeen directeur van Feyenoord, stelt dat er te veel een vergrootglas op supportersgeweld ligt, nadat zijn club een boete en een voorwaardelijke straf kreeg voor het afsteken van vuurwerk in het uitvak van het Cambuur‑stadion.
Streng optreden tegen geweld
“Al het gedrag dat niet in een voetbalstadion thuishoort, daar zullen wij op acteren,” zegt Eenhoorn. Hij legt uit dat Feyenoord, na het vuurwerkincident, de feiten grondig onderzocht en vervolgens de KNVB heeft gemotiveerd om een boete en een voorwaardelijke straf op te leggen, zonder een extra wedstrijd zonder publiek te eisen.
Eenhoorn wijst verder op een soortgelijk incident bij AZ, waar na rellen tegen West Ham United zeventig stadionverboden werden opgelegd. Later verscheen een vliegtuig met een boodschap van dank aan de club, volgens Eenhoorn een teken dat dialoog werkt.
Politiek en internationale kwesties
Hij richt zich tot Den Haag en stelt dat incidenten besproken moeten worden, maar dat de politiek vaak vooroploopt; als een Israëlische club al dan niet mag komen voetballen, vindt men nauwelijks iemand die voor de camera wil verschijnen.
Het Zomercarnaval werd door de autoriteiten als een succes bestempeld, met negenentwintig arrestaties en inbeslagname van messen en wapens. Eenhoorn bevestigt dat incidenten blijven bestaan, maar benadrukt dat een goed Legioen een verschil maakt en dat de club liever in gesprek blijft dan weken te besteden aan identificeren, straffen en brieven.
De tegenstelling tussen een streng, feitelijk onderbouwd optreden tegen supportersgeweld en de terughoudendheid rond politieke discussies over Israël laat zien dat Eenhoorn gelooft in een combinatie van harde maatregelen en open dialoog om een veilig en levendig voetbalklimaat te waarborgen.