Eredivisie
Geldstroom buiten de top vijf: hoe Porto, Brugge en PSV de ranglijst herschikken

Terwijl de Franse, Duitse, Engelse, Spaanse en Italiaanse competities traditioneel de duurste selecties huisvesten, laten clubs buiten deze top vijf steeds meer geld zien; aan de ene kant staan Portugese en Turkse giganten met waardes boven de €250 miljoen, aan de andere kant worstelen Nederlandse teams om een plek in de top tien.
Porto, Benfica en Sporting aan kop
De Portugese top drie domineert de lijst met FC Porto op €471,5 miljoen, Benfica op €420 miljoen en Sporting CP op €413,7 miljoen. Deze clubs profiteren van een constante toestroom van spelers uit de grote competities, wat hun UEFA‑coëfficiëntenpositie naar zes verbetert, net onder Frankrijk.
Portugal’s zesde plaats op de coëfficiëntenranglijst betekent dat een korte achterstand op Frankrijk nu binnen handbereik ligt, een direct gevolg van de financiële groei van de drie clubs.
Turkse en Nederlandse clubs in de mix
Turkije levert drie clubs: Galatasaray (€381,5 miljoen), Fenerbahçe (€261,2 miljoen) en Besiktas (€273,5 miljoen). Ondanks hun hoge waardes presteren ze teleurstellend op Europees niveau, waardoor Turkije slechts negende staat op de coëfficiëntenranglijst, onder Portugal, Nederland en België.
PSV staat als enige Nederlandse club in de top tien met €306,5 miljoen, gevolgd door Feyenoord op €245,2 miljoen. Ajax mist de top tien ondanks een drukke transferperiode, en AZ eindigt op de negentiende plaats.
Club Brugge is de enige Belgische club in de top tien met €238,2 miljoen, waardoor België Nederland voorbijschiet op de coëfficiëntenranglijst. Geen andere nationale concurrenten van Brugge bereiken de top twintig.
De groeiende financiële kloof heeft ertoe geleid dat Nederland recentelijk sterk zakte op de coëfficiëntenranglijst, terwijl de Portugese en Belgische competities nu voorrang hebben.