Transfers
Jan Vertonghen over verlies, familie en de toekomst van zijn stichting
Jan Vertonghen, 39, zegt dat het overlijden van zijn vader en schoonzus alles “relatief” heeft laten aanvoelen en dat het zijn focus heeft verlegd van de schijnwerpers naar familie, studie en zijn Jan Vertonghen Foundation. De voormalige Rode Duivel gebruikt het interview om te laten zien hoe persoonlijke tragedie zijn dagelijks leven hervormt.
Een jaar nadat hij zijn schoenen heeft opgehangen, stemde de ex‑internationaal toe om opnieuw te spreken, niet over voetbal maar over zijn vrouw, drie kinderen en het liefdadigheidswerk dat nu het grootste deel van zijn tijd in beslag neemt.
Hij brengt twee trainingssessies per week door met Move to Cure en ontmoet voormalige teamgenoten zoals Romelu en Kevin, terwijl hij ook een UEFA‑gerelateerde studie volgt in Tubize en een scriptie schrijft over de commercialisering van het trainingscentrum.
De Foundation ontstond rond zijn honderdste interland, toen zijn agenten vroegen of ze iets terug konden geven aan de gemeenschap. Hij herinnert zich ziekenhuisbezoeken met jeugdspelers van Ajax en recente reizen met RSC Anderlecht‑teamgenoten Colin Coosemans, Mats Rits, Marco Kana en Yari Verschaeren.
"De eerste weken bij RSC Anderlecht waren de moeilijkste in mijn carrière als voetballer," geeft Vertonghen toe, verwijzend naar een turbulente transfer van Benfica die hem verscheurde tussen het leven van zijn familie in Lissabon en een nieuw contract bij RSC Anderlecht.
Hij tekende een contract tot 2023, in de hoop zijn loopbaan uit te breiden voorbij het EK 2024 in Qatar, maar de verhuizing dwong hem uiteindelijk te kiezen tussen het geluk van zijn kinderen en professionele ambitie.
Vertonghen zegt: "Alles is gewoon zo relatief," na het verlies van zijn vader op negentienjarige leeftijd en later zijn schoonzus, en voegt daaraan toe dat hij nu succes meet aan de glimlachen van kinderen die hij helpt in plaats van aan wedstrijduitslagen.
Vooruitkijkend is hij van plan om zijn UEFA‑studie in mei af te ronden, mogelijk nog een stage bij een club te doen, en het septemberpaddel‑evenement van de Foundation in Antwerpen te behouden, dat geld zal inzamelen voor ernstig zieke kinderen.
Hij sluit een toekomstige rol in het voetbal niet uit, maar benadrukt dat elke baan hem in staat moet stellen om zijn familie, zijn studie en de liefdadigheidsprojecten die nu zijn identiteit na het pensioen definiëren, te blijven ondersteunen.