NEC zoekt Japanse speler terwijl grote clubs de markt betreden
NEC blijft actief op de Japanse transfermarkt, maar de komst van grotere clubs maakt het steeds moeilijker voor de Nijmegenaren om talentvolle spelers te bemachtigen; eerder leverde de club met Kodai Sano en Koki Ogawa goedkope aanwinsten die later voor zes miljoen en vier miljoen werden verkocht.
Hogere prijzen en concurrentie
Carlos Aalbers wijst erop dat grote Europese clubs recentelijk flinke bedragen hebben betaald voor Japanse talenten, bijvoorbeeld Tottenham Hotspur zes miljoen voor Kota Takai. Ryunosuke Sato ging voor vier miljoen naar Valencia, en toen NEC twee aanbiedingen deed voor Japanse spelers, vroeg de desbetreffende club het dubbele, wat voor NEC onhaalbaar was. ‘Als de club aan de dubbele prijs dacht, was dat voor ons niet haalbaar’, verklaarde de technisch directeur.
Volgens Aalbers leert men in Japan snel en kent men precies de verhouding tussen transferbedragen in eigen land en Europa. Hij benadrukt dat de markt in Japan aan het veranderen is. ‘In Japan leert men snel. Ze weten precies hoe de transfersommen zich in hun land verhouden tot die in Europa’, aldus Aalbers.
Desondanks blijft hij optimistisch en stelt dat hij volgend jaar weer een Japanse speler naar Nijmegen wil halen. ‘Ik hoop dat dat volgende zomer gebeurt, maar het wordt wel moeilijker’, zei hij in een interview met. Hij geeft aan al een idee te hebben waar die speler vandaan kan komen.
Waar NEC in het verleden met Kodai Sano en Koki Ogawa voor weinig geld binnenkwam en later winst maakte, dwingt de toenemende interesse van topclubs de club nu tot hogere biedingen. De technische directeur blijft echter kansen zoeken, overtuigd dat de Nederlandse club nog steeds kan profiteren van de unieke leermentaliteit van Japanse spelers.