Eredivisie JEUGD
Veurink jonge Oranje‑talenten moeten wachten met buitenland
Voor de WK‑kwalificatiewedstrijden tegen Hongarije waarschuwt bondscoach Arjan Veurink dat een transfer naar een Europese topclub verleidelijk kan zijn, maar niet altijd de beste stap voor de ontwikkeling. Hij noemt recent de verhuizing van Renee van Asten (19) en Liv Pennock (18) naar FC Barcelona als voorbeeld.
Waarom Veurink waarschuwt
Veurink ziet een stijgende lijn in het aantal tieners dat al vroeg een buitenlandse transfer maakt. Hij benadrukt dat men in Nederland niet moet onderschatten hoe goed het opleidingsmodel is en dat een stap naar het buitenland niet per definitie de juiste keuze is.
"Tegen de jongste talenten zou ik absoluut willen zeggen: maak de stap niet te vroeg," zegt Veurink. Hij voegt eraan toe dat het Nederlandse systeem spelers van de jeugd tot de eredivisie kan laten groeien.
Voorbeelden van jonge transfers
Renee van Asten (19) en Liv Pennock (18) vertrokken afgelopen zomer naar FC Barcelona, in de hoop op een vergelijkbaar succes als Wieke Kaptein (21) en Veerle Buurman (20), die sinds hun achttiende jaar voor Chelsea spelen. Sophie Proost (19) verruilde FC Twente voor Bayern München, terwijl Fleur Verkooijen (18) van Ajax naar het tweede team van Real Madrid ging. Silver van Hetten (17), schoonzus van Donyell Malen, stapte van de Telstar‑jeugd naar het Under‑19‑team van AS Roma.
De bondscoach profiteert van de stappen die Kaptein en Buurman maakten; "Uiteindelijk heeft het ze veel goeds gedaan. Beiden spelen in de basis bij Chelsea," aldus Veurink. Deze voorbeelden tonen dat een vroege verhuizing soms wel vruchten afwerpt, maar blijven uitzonderingen.
Hoe Veurink begeleidt en wat de toekomst brengt
Veurink wordt al vroeg door speelsters benaderd die een buitenlandse transfer overwegen. Dankzij zijn tijd in Engeland kent hij de competities goed, stelt hij kritische vragen en maakt hij nooit de keuze voor de speler; de beslissing moet zelf genomen worden.
Hij wijst erop dat Engelse clubs veel uitdagingen hebben met de opleiding, omdat de allerbeste spelers van de wereld daarheen worden getrokken. Daarom blijft hij benadrukken dat een speler zich in Nederland kan ontwikkelen van de jeugd tot de eredivisie, waarna een stap naar het buitenland vanzelf volgt wanneer hij er klaar voor is.
Speelminuten bij de nieuwe club vormen voor Veurink een belangrijke graadmeter, maar geen doorslaggevende factor. Zo kreeg Lineth Beerensteyn na haar transfer naar Real Madrid niet meteen een basisplaats, maar Veurink blijft haar voor het Nederlands elftal overwegen omdat ze eerder credits heeft opgebouwd.
Ajax wordt door Veurink en topsportcoach Soraya Verhoeve gezien als een voorbeeld van een sterk opleidingsmodel. Zij legt uit dat de strategie al bij onder‑11 start en de ‘talentformule’ van Tim Koning en Michiel van Schagen hanteert. De thuisomgeving is cruciaal; Isa Kardinaal en Lotte Keukelaar, beide uit de Ajax‑jeugd, maakten in 2025 de stap naar het buitenland, maar benadrukten dat een gevoel van thuis zijn essentieel blijft voor optimale prestaties.